Moeten ongelovigen meer begrip opbrengen voor gelovigen, omdat die anders worden gediscrimineerd in een seculiere samenleving? Dat is het debat in Duitsland, en onlangs ook in Tilburg, ter gelegenheid van de Nexus-lezing, door Jürgen Habermas.
Als alle burgers nou eens zouden doen ‘alsof God bestond’, dan zou er toch een gedeeld speelveld zijn, dan zou het begin van een gesprek mogelijk moeten worden tussen gelovige en atheïsten over de moraal, over hoe goed te leven in de maatschappij. Dat is een formulering van een heel slimme vos, kardinaal Ratzinger, die niet voor niets inmiddels paus Benedictus XVI is.
Aanleiding was een debat met de filosoof Habermas in 2004, waarin deze tegenpolen elkaar trachtten te naderen. Habermas, de laatst levende goeroe van de progressieve denkschool Frankfurter Schule, was altijd een pleitbezorger voor een voortgaande ‘onttovering’ van de samenleving, een bevrijding van de burgers van de irrationele gevoelens van religieuze schuld en plicht. Maar de afgelopen jaren is het juist Habermas, inmiddels 78, die ijvert voor een herwaardering voor de gelovige medemens en die spreekt van een ‘postseculiere samenleving’.
Verlichting
Wat hij daar precies mee bedoelt, kwam hij afgelopen zaterdag uitleggen in Tilburg, op de Nexus-lezing, waarop 1100 nieuwsgierigen waren afgekomen. Als een samenleving postseculier wordt, moet die eerst seculier zijn geweest, begon hij, en eigenlijk alleen in Europa, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland zijn de afgelopen decennia steeds meer mensen weggebleven uit de kerken. Dat ter relativering.
Maar Habermas bedoelt meer. Sinds de Verlichting heeft de religie haar greep verloren op de politiek, op het bestuur, op het publieke domein. De welvaart is hoger en de veiligheid beter dan een eeuw geleden en daarom hebben mensen minder behoefte aan godsdienst, zei hij. Maar deze seculiere these, tot een jaar of wat geleden onomstreden, staat thans onder druk. Overal in de wereld zie je juist een opbloei van religie, in de VS, in Afrika, in Azië. Conflicten worden weer in een religieuze taal gegoten.
En zo ging Habermas nog een tijdje door, maar zijn boodschap was duidelijk: het is dwaas te volharden in het denkbeeld dat religie vanzelf verdwijnt als je het maar lang genoeg bestrijdt en onderdrukt.
In zijn rede in de Tilburgse universiteitsaula kwamen recente incidenten voorbij: Hirsi Ali en de moord op Theo van Gogh, de aartsbisschop van Canterbury en de sharia, Wilders en zijn film, Sarkozy en de banlieues, de Turkse premier Erdogan en zijn waarschuwing tegen assimilatie in Duitsland. Allemaal om te illustreren dat de verhouding tussen geloof, kerk, de staat, de individuele burgers, politiek en samenleving meer dan ooit bron van conflict en discussie is. Wij zijn niet meer af van alle problemen met de scheiding van kerk en staat, betoogde Habermas. In onze maatschappij is het seculiere gedachtengoed dominant en de gelovigen voelen zich niet senang, vaak zelfs gediscrimineerd.
Concessies
Daar hebben ze reden toe, vindt hij. Tolerantie wordt vaak gezien als synoniem aan respect, zei Habermas, maar dat is een misvatting. In de Europese geschiedenis ging de tolerantie juist meestal gepaard met gebrek aan respect – de minderheden werden geminacht, maar getolereerd. Zuilen bestonden naast en ondanks elkaar. Maar voor een democratische, pluralistische samenleving is meer nodig. In het dagelijks leven moeten burgers zich inspannen om elkaars argumenten te begrijpen. Daarvoor moeten ze iets van elkaars vocabulaire willen leren. Dan pas kunnen ze onder woorden brengen waarin ze het oneens zijn, waarin ze concessies kunnen doen, en hoe zij geschillen kunnen overwinnen.
Dit is Habermas op kritiek komen te staan. In het weekblad Die Zeit woedde een debat over zijn knieval voor de gelovigen, zoals zijn atheïstische bewonderaars het zagen. Eind november publiceerde Die Zeit nog een vlammend betoog ‘Elf thesen over Habermas’ van de Italiaanse filosoof Paolo Flores d’Arcais. Ratzinger heeft met zijn ‘doen alsof God bestond’ Habermas toch aardig in de tang genomen, vindt hij. ‘Dat is de totale omkering van het moderne.’
In zijn poging de gelovigen tegemoet te komen, ‘zoekt Habermas de kwadratuur van de cirkel’ en verspeelt het wezen van het seculiere denken, vindt Flores d’Arcais. Altijd vocht Habermas zelf voor een ‘patriottisme op basis van de Grondwet’, in plaats van religie, cultuur en zulke zachte zaken. Als je daaraan gaat morrelen, is het eind zoek.
En gelovigen worden helemaal niet gediscrimineerd door liberale wetgeving, zoals die over abortus, betoogt hij: ze worden niet gedwongen abortus te plegen. Ten onrechte vreest Habermas voor een verkilling van de samenleving als gevolg van de secularisering, vindt hij.
Eerste hulp
Toch lijkt dat precies de kern van Habermas’ onbehagen in de hedendaagse cultuur. Wat hebben we aan een fraai geconstrueerde democratische rechtsstaat als de burgers er zich in de kou voelen staan? Het lijkt of Habermas is geschrokken van het effect van de onttovering: een egoïstische, versplinterde, bijna immorele samenleving. Niet alleen in Duitsland, vooral ook voor Europa baart hem dat zorgen.
Habermas ijvert de laatste tijd in essays voor een verenigd Europa met een eigen identiteit, eind november nog in Die Zeit: ‘Eerste hulp voor Europa’. In een eerder artikel in de Kölner Stadt-Anzeiger schreef Habermas dat de onmacht van Europa om een gemeenschap van burgers te worden, te maken heeft met het langs elkaar heen praten van moslims, christenen, ongelovigen en anderen.
De seculiere liberalen, die de macht hebben, moeten zich openstellen voor de gevoelens van onvrede, ‘zelfreflectie’ betrachten, stelt Habermas. Dat vindt hij geen ‘capitulatie van het Westen’. De ‘hysterische oproep onze waarden te verdedigen’ werkt juist averechts, het vervreemdt de gelovigen van de liberale waarden. We willen de gelovigen niet onderwerpen, betoogt hij, maar we willen dat ze de liberale waarden ook als de hunne gaan zien. Daarvoor moeten we wel in gesprek raken.
Misverstand
Op zoek naar de geëngageerde Europese burger. Dan kom je inderdaad niet ver met het Grondwet-patriottisme van weleer. Dat heeft het drama rond de referenda over de EU-grondwet, die nog niet eens een echte grondwet was, wel laten zien. Daarom is het niet zo gek dat Habermas flirt met de aanhangers van de paus.
In Tilburg bracht Habermas dat roemruchte gesprek met Ratzinger pas ter sprake na een vraag uit het publiek: of het waar was dat hij nu de joods-christelijke traditie als bron van onze liberale staat zag. Korzelig antwoordde de filosoof dat dat misverstand wel weer uit dat éne gesprek met Ratzinger moest stammen. Nee, de Verlichting had die traditie niet nodig, maar dat neemt niet weg dat er overeenkomsten zijn te vinden in de ‘religieuze erfenis en de seculiere filosofie’.
Toch was het alsof er in Rome iemand in zijn vuistje lachte.
Dit artikel stond ook in het Betoog van zaterdag 22 maart 2008.
Andere artikelen uit de categorie Religie:
Onmogelijke AsceseDeetmans onderzoek
Juf, hij deed het ook!
Dominee Gremdaat over misbruik
Rooms zijn en rooms doen
Celibaat afschaffen? Hoezo?
Rooms-katholieke kerk vergist zich wel vaker
Homo's ter communie
2 reacties
Sorteer reacties:
![]() | Wagner schreef Parsifal als zwanenzang. 'God bestaat', sprak Darwin op zijn sterfbed. En ook Habermas, eigenlijk niet in 1 adem genoemd willen hebben met voorgaande reuzen, fluit een andere toon op oude leeftijd. Wat toont dit aan? Waarschijnlijk dat er een leeftijd komt dat de emotie de ratio overtreft. Ik pleit dan ook voor een verplicht pensioen èn publicatiestop na het 65ste levensjaar. Uiteraard geldt dit niet voor fictie. |
![]() | Op leeftijd gekomen, gaat men niet terug naar de (pre)puberteit (emoties). In geval van een ontwikkeld leven en een wel-ontwikkelde psyche komt - op leeftijd gekomen - dan de intuitie in het leven, verder gaand dan de ratio (zie ook de hedendaagse natuurwetenschappelijke ontwikkelingen, welke al veel verder gaan dan de quantumtheorie). Maar het vigeren van de intuitie vraagt aan de meesten van ons wel eerst vele jaren van levenservaring. Vandaar deze veranderingen van visie, mening, -zoals in voorgaande reaktie naast Habermas wordt verwezen naar Wagner en Darwin - op latere leeftijd. Overigens, God, Allah of hoe ook benoemd, is natuurlijk geen persoon, doch "slechts" het alomvattend bewustzijn. Zolang mensen in God, Allah, enz. geloven, projecteren zij dit bewustzijn naar buiten, buiten zichzelf; en zullen zij ook met de vinger naar (de) buiten(wereld) blijven wijzen. Zolang wij slechts 10 procent van het bewustzijn gebruiken, zal onze ratio dienovereenkomstig dolende zijn. Wij zullen pas dan aan de kilte (van de ratio) voorbij geraken, indien wij onze menselijke ontwikkeling niet beeindigen met die van het mentale als laatste. Wetenschappers gebruiken hun mentale vermogen, maar beslist ook hun intuitie. |













































